Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons Cookie beleid

Accepteer cookies

Coccolietenkrijt

COCCOLIETENKRIJT

Oorsprong:

Coccolietenkrijt is een poreus krijt (calciumcarbonaat) dat bestaat uit fossiele
skeletten van afgestorven algen die zich miljoenen jaren geleden hebben opgehoopt
op de bodem van de zeeën.
1 gram coccolietenkrijt heeft een oppervlak van maar liefst 2,5 m².
Toepassing:
Vele vijvers beschikken over een sliblaag die door de jaren heen steeds verder
aangroeit. Deze aangroei gebeurt door organische stoffen zoals bladeren, algen,
hoge visstand, …
Het organisch materiaal dat in het water terechtkomt zinkt dan naar de bodem.
Wanneer het zelfreinigend vermogen van het water wordt overschreden is de afbraak
van het slib kleiner t.o.v. de aangroei. Op deze manier zal er jaarlijks slib bijkomen
indien men niet ingrijpt.
Een dikker wordende sliblaag zorgt er niet alleen voor dat het water steeds ondieper
wordt maar vooral dat dergelijke sliblaag een reëel gevaar betekent voor het
aanwezige visleven. Deze sliblaag bevat veel gassen die ontstaan zijn door gisting
van de organische fractie in het slib. Gassen zoals methaan en waterstofsulfide
worden opgehoopt in het slibsediment en zijn dodelijk voor de aanwezige visstand.
Coccolietenkrijt kan ingezet worden op nagenoeg elke vijver. Dit zowel op vijvers met
een (dikke) sliblaag als vijvers zonder sliblaag. Op vijvers zonder sliblaag kan dan de
vorming van slib voorkomen worden. Men dient in het achterhoofd te houden dat
ook een nieuw aangelegde vijver jaarlijks een hoeveelheid organisch materiaal te
verwerken krijgt.
Het coccolietenkrijt wordt gelijkmatig verdeeld op de vijver met een schep of schop.
Men kan op grotere vijvers gebruik maken van een boot om het bereik te vergroten.
Het coccolietenkrijt zal een tijdje in het water zweven (suspensie genaamd) en
afhankelijk van de watertemperatuur op enkele dagen tijd uitzinken naar de bodem
toe. Op deze manier ligt het krijt gelijkmatig verdeeld over de bodem waar het zijn
werking heeft.
Werking:
Het grote oppervlak van het coccolietenkrijt heeft zijn specifieke eigenschappen.
Dit oppervlak is nodig zodat bacteriën zich kunnen vestigen op het krijt na de
dosering op de vijver. Deze goede bacteriën gaan er dan op hun beurt voor zorgen
dat de aanwezige modderlaag afgebroken wordt. Op deze manier kan men de vijver
gezond houden. Coccolietenkrijt kan tot 15 cm in de bodemlaag doordringen.
Het krijt werkt dus als medium voor de bacteriën die de modderlaag afbreken. De
zeer lage oplosbaarheid (0,96 %) zorgt er tevens ook voor dat het substraat intact
blijft. De pH van de bodem wordt licht verhoogd zodat een meer geschikte omgeving
voor de bacteriën wordt gecreëerd.
De beoogde bacteriëncultuur is aëroob. Dit wil zeggen dat ze zuurstof nodig hebben
om te overleven. Zuurstof is dus een belangrijke parameter voor een goede werking.
Meestal is er op de doorsnee hengelvijver voldoende zuurstof aanwezig. Beschikt
men echter over een vijver met een historisch dikke organische sliblaag en een
beperkte waterkolom dan is enige omzichtigheid geboden. Wanneer de bacteriën zich
massaal zouden ontwikkelen bij het warmer worden van het water kan het
zuurstofpeil dalen. Een beluchter kan hier een oplossing brengen.
Anderzijds zorgt het coccolietenkrijt ervoor dat het water helderder wordt doordat
het krijt de binding aangaat met zwevende deeltjes in het water. Op deze manier
krijgen ook de onderwaterplanten meer kans tot ontwikkeling aangezien het licht
dieper in het water doordringt.
Tijdstip toepassing:
Coccolietenkrijt wordt gebruikt in het voorjaar wanneer de watertemperatuur tussen
de 10 à 12 °C ligt. In normale jaren is dit maart-april. Bij deze temperaturen is de
zuurstofhuishouding van het water ideaal.
BESLUIT:
De positieve effecten van het gebruik van coccolietenkrijt zijn enorm. Naast het
verminderen van de aanwezige sliblaag wordt ook gisting en de vorming van gassen
in de bodem vermeden. Het zuurstofpeil kent een stabielere en hogere curve